Kernprincipe
In een MRI-scanner worden waterstofkernen (protonen) in uw weefsel tijdelijk uitgelijnd door een sterk magneetveld. Korte radiopulsen geven energie af; wanneer die puls stopt, zenden de protonen een zwak signaal terug dat door antennes wordt opgevangen. Computers bouwen daar beelden van.
Waar is MRI goed in?
- Hersenen en ruggenmerg, gewrichtskraakbeen, pezen en ligamenten.
- Orgaanweefsel in buik en bekken (lever, nieren, baarmoeder, prostaat).
- Multiparametrische prostaat-MRI in oncologische pathways.
Wat MRI níet is
MRI is geen behandeling en geen "totaalonderzoek op kanker" zonder indicatie. Een scan toont anatomie en soms ontsteking; interpretatie blijft altijd door een radioloog.